UNESCO-werelderfgoed Van Nelle Fabriek
ons mailadres | info@vannellewerelderfgoed.nl
Inventarisatie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ROTTERDAMS ERFGOED

 

NL

Op de onderliggende pagina's treft u een chronologisch overzicht aan van relevante architectuur, stedenbouw, design en kunst met betrekking tot het Rotterdams Modernisme.


 E

Sub-pages: chronological (1914-1960) list of Modernist buildings in Rotterdam, an description why especially Rotterdam became one of Europe's Modernist breeding grounds, and a list of Rotterdam Modernist 'in danger (already demolished of planned to be demolished)


D 

Auf die unterliegenden Seiten, aufgelistet von 1914-1960, Modernistische Gebäude in Rotterdam, eine Ursachenbeschreibung,; wieso in den Niederlanden Rotterdam sich zu eine Brutstätte des Modernismus entwickelt hat und die Bestandsaufname von gefährdeten oder bereits abgebrochenen Gebäuden des Rotterdamer Modernismus. 


Rotterdam: al drie generaties internationaal gewaardeerde architecten

'Rotterdam is arm aan monumenten, maar rijk aan monumenten van het Nieuwe Bouwen' is een uitspraak uit 2001 naar aanleiding van de opening van Huis Sonneveld als museumwoning.

Want Rotterdam is niet alleen een na de Tweede Wereldoorlog volgens functionalistische principes herbouwde stad, het is bij uitstek de stad waar de geschiedenis van de hedendaagse architectuur vanaf de Eerste Wereldoorlog zonder onderbreking is terug te vervolgen

Als reactie op de dan zich al maar voortslepende 'Sociale Quaestie' werd in 1917 de Gemeentelijke Woningdienst opgericht die onder de bezielende leiding kwam van Auguste Plate. 

Andere notabelen - Plate stamde uit een familie die deel uitmaakte van de Rotterdamse elite - en enkele SDAP-raadsleden gingen de strijd aan om de verpauperende arbeidersmassa's in hun krotten binnen de middeleeuwse binnenstad een menswaardiger woon- en werkomgeving te bezorgen en het laisser faire-'beleid' van het gemeentebestuur tegen te gaan.

De kiem voor het Moderne Rotterdam van nu is toen gelegd!

Wereldberoemd architect en voordenker Rem Koolhaas staat nu volop in de schijnwerpers, maar hij is in Rotterdam gewoon onderdeel van de derde generatie baanbrekende architecten die internationaal aandacht krijgt!

Tegen deze achtergrond is het verklaarbaar, dat een van mede-oprichters van DOCOMOMO (DOcumentation and COnservation of buildings from the MOdern MOvement) de uit een Rotterdamse architectenfamilie afkomstige architect Wessel de Jonge is. Van een bescheiden, lokaal begonnen initiatief inmiddels uitgegroeid tot een een UNESCO-relateerde organisatie die in tientallen landen ondersteund wordt door honderden architecten, bouwkundig studenten, historici en andere wetenschappers. 

Na een eerste internationaal gewaardeerde generatie architecten en stedenbouwkundigen in de jaren dertig met o.a. M. Brinkman, J.J.P Oud, L.C. van der Vlugt en stedenbouwkundige C. van Eesteren. Willem van Tijen was een pionier op het gebied van flatgebouwen, de eerste galerijflat (Bergpolderflat) en de eerste flat met glazen vliesgevel (Parklaanflat) staan op zijn naam. Afgezien van Jacobus Oud en Willem van Tijen zijn de overigen opgeleid aan de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten & Technische Wetenschappen.

Na in de jaren veertig en vijftig een tweede generatie modernistische architecten als J. van den Broek en J.B. Bakema met hun Lijnbaanconcept en de 'Wederopbouwers' (naast van den Broek & Bakema zijn dat Van Tijen, Maaskant (van de Academie BK & TW), Van Traa alsmede de bij Bauhaus opgeleide stedebouwkundige Stam-Beese gingen hem voor.

Hun inspanningen voor, tijdens en na de oorlog bleven in de buitenwereld niet onopgemerkt. Zo zal op 30 december 1947 een befaamde krant als 'The New York Herald Tribune' schrijven

”Wanneer wij als moderne mensen een bewijs nodig hebben voor de onbedwingbaarheid van de menselijke geest, dan behoeven wij ons slechts te wenden tot de stad Rotterdam”.

Dit alles maakt dat Rotterdam met recht al 100 jaar modern genoemd kan worden.


Van achterstandsgebied naar moderne stad

Tijdens het Interbellum ontpopt Rotterdam (naast Berlijn, Wenen, Stuttgart, Dessau en Frankfurt) zich als een kraamkamer van het Modernisme.

1932 spoedde zich daarom de invloedrijkste architect van de 20ste eeuw, Le Corbusier, zich naar Rotterdam, om te kijken wat ze daar zo al aan het doen zijn.

Vanwege 'het plotselinge overlijden van onze kameraad Van der Vlugt te Rotterdam'  zal Le Corbusier 1937 in een bewogen brief aan  Architectenvereniging 'De Opbouw' onder andere opmerken: ...“hoeveel bouwwerken in de moderne wereld zijn er, die kunnen wedijveren met de Van Nellefabriek?”... en "de moderne architectuur verliest met Van der Vlugt een van de allergrootsten".... 

Le Corbusier (1987-1965)
 

Een van die andere twintigste eeuwse grootheden op architectuurgebied, Bauhaus-directeur Walter Gropius, zal 1934 in Rotterdam o.a. Huis Sonneveld (woonhuis van een Van Nelle-directeur) bezoeken. Gropius is bevriend met een telg van een  Rotterdams ondernemersgeslacht: familie Van der Leeuw. Eigenaren van de Van Nelle-fabriek.

Op uitnodiging van Kees van der Leeuw (C.H. van der Leeuw is opdrachtgever voor Huis van der Leeuw en “spiritueel vader” van de Van Nellefabriek) komt Gropius meermaals naar Rotterdam en geeft door Van der Leeuw gefinancierde lezingen aan de TH in Delft. Van der Leeuw zal later een belangrijke rol spelen bij de komst van Gropius naar de Verenigde Staten, waar hij grote invloed op de architectuur zal krijgen..

Walter Gropius (1883-1963)
 

Van der Leeuw was - naast Theosoof - een overtuigd aanhanger van het Nieuwe Bouwen (Neues Bauen is de Bauhaus-variant). Hij financierde niet alleen lezingen, teneinde de conservatieve opleiding Bouwkunde aan de TH in Delft open te breken, maar ook internationaal projecten.

Zoals in 1932  een experimenteel woonhuis van de  Weense architect Richard Neutra aan Silverlake Boulevard/Los Angeles. 

VDL Neutra Research House

Wat was er aan de hand?

De hier aanwezige gemoedstoestand was niet specifiek voor Rotterdam, maar het streven naar een een betere wereld, hygiënischer en menswaardiger, werd hier wel sterker beleefd dan elders.

 

     

   

(1914-18) Mechanisering oorlogsvoering als
  gevolg van massaproductie en innovaties   als tanks, machinegeweren, gifgasgranaten.

 

       

Grote delen van de bevolking 'leefden'

 

in mensonterende omstandigheden zoals

 

indringend beschreven is in dit boek.

 

Deze internationale gemoedstoestand was een reactie op de donkere onderstromen van de Industriële Revolutie en de mechanisering van oorlogsvoering tijdens de Eerste Wereldoorlog,

Dit uitte zich op allerlei manieren, zoals bijvoorbeeld in spirituele stromingen: Theosofie (Orde van de Ster), Antroposofie of de Monte Verita-beweging. Die kenden een enorme toeloop.

Maar ook politieke bewegingen, die zich (al dan niet door toepassing van geweld, zoals bij de Russische Revolutie van 1917 of door het Anarchisme) sterk maakten voor  betere leef- en arbeidsomstandigheden tot verheffing van de arbeidersklasse.  

  

Krishnamurti 

 

  

 

Voor en na de Eerste Wereldoorlog ontwikkelen deze bewegingen zich tot  politieke machten als de SDAP in ons land, de SPD in Duitsland of de nog altijd radicale Franse vakbond CGT.

Al dan niet in combinatie met de antimilitaristen, die zich verenigden in bewegingen zoals in ons land in het Comité voor duurzame Vrede of internationaal in War Resisters International (de 'Het gebroken geweertje-beweging').

NSDAP-Affiche Verkietingen(1918) 

 

Meer pragmatisch, zoals binnen architectuur en design, committeren zich velen om manieren te zoeken huisvesting en leefomstandigheden te verbeteren van de dan snel verpauperende arbeidersgemeenschappen binnen de grote industriële conglomeraties. 

 

Dessau: Siedlung Törten (1927)

 

Onder meer door middel van een betere organisatie van het bouwproces naast gestandaardiseerd industrieel bouwen.

Het motto wordt ”variatie door standaardisatie”.

En gebruiksvoorwerpen moeten vooral praktisch zijn, met een kunstzinnig verantwoorde vormgeving en industrieel te vervaardigen, ”vorm volgt functie”. 

Frankfurt, Siedlung Bruchfeldstrasse (1927)

Waarom in ons land juist in Rotterdam?

Een stad, waar dan alleen al in de haven dertig- tot verrtig duizend dagloners met veelal grote gezinnen, dagelijks trachten een van de tienduizend beschikbare jobs te bemachtigen. Waar dan het alcoholgebruik per hoofd een veelvoud bedraagt ten opzichte van de rest van ons land en de kindersterfte hoger is dan gemiddeld in ons land.

Juist daar werd deze wens naar verbetering meer dan elders intens nageleefd.  

Nieuwe havens richting Schiedam (1928

)

Een stad, die dan bij tijd en wijle ook nog eens groeit met duizend nieuwe werkzoekenden per week.

En wat wel eens vergeten wordt, ook een stad die gedurende enkele decennia vertrekhaven was voor anderhalfmiljoen landverhuizers die Europa gingen verlaten. En daarmee de druk op de erbarmelijke huisvestingssituatie opvoerden..

Joodse landverhuizers voor ville Groenendal/Westzeedijk van Stichting Montefiore (1913) -
ongeveer waar nu zich het helicopterplatform van Erasmus MC bevindt


Ondanks dat NSDAP-raadslid Hendrik Spiekman met journalist Schotting al 1903 in een brochure 'Arm Rotterdam, hoe het leeft! Hoe het woont!', hun observaties weergaven duurde het nog ruim tien jaar vóórdat er concrete resultaten op het gebied van volkshuisvesting geboekt zouden worden.

Zij waren echter niet de eersten! In 1855 had het Koninklijk Instituut van Ingenieurs na diepgaand onderzoek al vastgesteld

'.. waar brandpunten ontstaan van ziekten, wier invloed zich wijd rondom verspreid om alle standen aan te tasten en de gesel der verwoesting te doen rondgaan tot in de huizen der meerbeschaafden’.

Bloemrijk in het door het Historisch Genootschap Roterodamum uitgegeven boekje “Rotterdam tegen midden der negentiende eeuw” beschreven, is een van de oorzaken van die ellende, dat de bewoners van de Stadsdriehoek wonen temidden van

'verstilde poelen, waarin het vuil der eeuwen her bezonken was en elke dag een bevolking van duizenden zielen voortging zijn afval te deponeren’.

Diezelfde verstilde poelen waar die duizenden zielen voor hun drinkwater op aangewezen zijn!

Wie gaan er wat aan doen?

Stadsbouwmeester Rose ontwerpt 1854 zijn plan voor waterverversing in de binnenstad, maar het zal nog geruime tijd duren, voordat het gemeentebestuur dit singelplan -in uitgeklede vorm- aan zal nemen. Daarvoor moet er eerst weer eens een cholera-epidemie uitbreken.

Na alweer een cholera-epidemie van 1866 krijgt directeur Gemeentewerken C.B. Van der Tak het 1869 voor elkaar dat met een gemeentelijke drinkwatervoorziening begonnen kan worden

Ondanks de pokken-epidemie van 1873 en met Tuberculose ('tering' in de volksmond) als permanente volksvijand Nr. 1, zal het echter tot rond de Eerste Wereldoorlog duren, voordat eerste experimenten om het zoeken naar mogelijkheden voor betere huisvesting voor de arbeidersklasse tot tastbare resultaten gaan leiden.

Niet in de laatste plaats, omdat veel conservatieve leden van de gemeenteraad overtuigd waren, dat de opeengepakte, door epidemieën geteisterde mensenmassa's tussen die stilstaande wateren in de binnenstad, hun situatie volledig aan zichzelf te wijten hadden. 

Hun houding kwam er in principe op neer, dat deze in hun ogen minderwaardigen het zelf maar moeten uitzoeken. Terwijl deze mensen alleen maar van het karige platteland naar de stad waren gekomen om werk in de haven te zoeken teneinde hun gezinnen een beter leven te kunnen bieden.

Justus van Effenblok (2013)

Hoe groot die tegenstellingen waren blijkt uit een genotuleerde uitspraak van raadslid Verheul in een reactie op plannen voor een door Brinkman ontworpen groot, open huizenblok aan de Justus van Effenstraat in Spangen. Verheul uitte de vrees dat de geprojecteerde galerijen en platte daken tot problemen van zedelijke aard zouden leiden. Er is immers geen politie op de galerijen en op die platte daken van zo'n woonblok, die kan controleren wat die onhygiënische asocialen daar allemaal uitspoken....

Dit soort verzet leidde (net als bij de plannen van Rose destijds) er toe, dat de plannen uit 1925 pas vijf jaar later gerealiseerd werden, waarbij het Justus van Effenblok tegenwoordig geldt als Europese mijlpaal in de Volkshuisvestingsbouw, niet in de laatste plaats vanwege die galerijen...

Interieur Kiefhoekwoning

De realisatie van de Kiefhoek door architect Oud in Bloemhof op Zuid leidde eveneens tot eindeloos verzet vanuit het conservatieve deel van het gemeentebestuur en dus ook hier tot grote vertragingen. Bijvoorbeeld vanwege een waterkraantje met wasbakje op de eerste etage. Dit wordt als 'zinloze luxe' bestempeld, door diezelfde mensen die van mening zijn dat ‘de min gegoede klasse tot onreinheid geneigd is’

Krotbewoners begin 20ste eeuw

Terwijl in dezelfde periode speculanten (zg. eigen bouwers) ondanks de Woningwet van 1901 de vrije hand kregen om nieuwe krotten te blijven bouwen. In 1992 verscheen er een publicatie ter gelegenheid van vijfenzeventig jaar Volkshuisvesting in Rotterdam, met een bijdrage van André van der Hout, ‘De Sociale Quaestie’, waarin de omstandigheden op basis van interviews met voormalige bewoners beschreven worden:

"De manier van bouwen in de meeste arbeiderswijken tartte in het begin van deze eeuw ieder esthetisch en hygiënisch minimum: het alkoofsysteem, met een of twee bedsteden in een smalle donkere tussenkamer, bood weliswaar gelegenheid ook in kleine woningen grote gezinnen te bergen, maar voldeed geenszins aan redelijke eisen van volkshuisvesting.

De alkoofwoning kost een rijksdaalder of drie gulden huur in de week. Vaak zijn ze rug aan rug gebouwd. Waterleiding zit er niet in of moet met meer gezinnen worden gedeeld, tot acht of twaalf per huis.

Er waren twee bedsteden , één voor vader en moeder en de jongste, de andere was voor de grotere kinderen. In het midden van de keukenkamer was een fornuis, dat zomer en winter werd gebruikt voor verwarming en koken van water alsmede het middageten. Het waswater haalden wij bij de waterstoker."

Wat deze periode fascinerend maakt, is dat nu een aantal industriëlen, bankiers, socialistische raadsleden en bevlogen ambtenaren de handen ineen slaan en, min of meer tegen het conservatieve deel van van bestuur en raad in, grootse veranderingen tot stand gaan brengen.

Hoe ging het verder?

Het is op deze voedingsbodem, dat Rotterdam zich heeft ontwikkeld tot een stad, waar op allerlei mogelijke manieren gezocht werd om de inwoners menswaardiger leef- en werkomstandigheden te bezorgen. Inspanningen, die uiteindelijk geleid hebben tot die mentaliteit, die het moderne Rotterdam van nu hebben laten ontstaan.

Gestimuleerd door de aanwezigheid van een conceptueel sterk onderwijsinstituut, dat vanwege de aanwezigheid van vooruitstrevende docenten een keur van Modernistische kopstukken 'afleverde': de Academie voor Beeldende Kunsten & Technische wetenschappen aan de Coolsingel.

Academie Beeldende Kunsten & Technische Wetenschappen aan de Coolsingel (ongeveer waar nu het Beursgebouw staat)

Die vernieuwende tijdgeest leidde na de Tweede Wereldoorlog tot de functionalistische, radicale aanpak van de Wederopbouw van de gebombardeerde Rotterdamse binnenstad.

Het was een logische voortzetting van datgene, waarmee men voor de oorlog al druk mee bezig was. In tegenstelling tot andere gebombardeerde binnensteden als Warschau, Dresden of Keulen, die steen voor steen weer in hun oude staat werden teruggebracht, waarbij zelfs veelal de oude stadsplattegronden werden gevolgd. In Rotterdam werden alleen de zwaar getroffen St. Laurenskerk weer opgebouwd en jaren later, symbolisch voor Rotterdam, de “Directiekeet” en “Café de Unie” van J.J. P. Oud. Iconen van “De Stijl”.

Dat verleden waarvan het icoon van Het Nieuwe Bouwen en, naar wij aannemen, toekomstig werelderfgoed, de Van Nellefabriek, het boegbeeld vormt, is in Rotterdam het topje van een ijsberg.

Waar die 'ijsberg' uit bestaat, vind u chronologisch in de onderliggende pagina's. 

^
UA-70918004-1